Tulpengalmijt: hoe te herkennen?

De tulpengalmijt is microscopisch klein en niet met het blote oog waarneembaar. Hierdoor wordt een plaag pas later in bewaarseizoen zichtbaar, als er al schade is. Maar hoe is de tulpengalmijt al eerder te herkennen? Teeltadviseur Gerbrant Schilder vertelt het u graag.

De tulpengalmijt kan zich in de bewaring razendsnel vermeerderen. Bekend is dat bij een temperatuur van 25 ºC, een volledige cyclus (volwassenne, ei, nimf en volwassenne) in slechts 10 dagen wordt doorlopen. In theorie kan 1 exemplaar voor miljarden nakomelingen zorgen. Na het planten in het najaar sterft ca. 99% in de bodem. Maar de overlevende galmijten komen mee met de oogst; en bij hogere temperaturen in de bewaring, neemt de populatie snel toe.

Hoe is tulpengalmijt te herkennen?

Aangetaste bollen zijn te herkennen aan een gele of paarsachtige verkleuring. In een partij met een hoge aantasting leidt dit tot zichtbare schade in de vorm van:

  • Tulpen die niet opkomen (zwanenhalzen),
  • Gedraaide en gekrulde bladeren
  • Strepen en vervormingen in de bloei

Schade die voor zowel broeier als vermeerderaar kan oplopen tot wel 80% opbrengstderving. In onderstaande video laat onze teeltspecialist Gerbrant Schilderzien hoe u galmijt kunt scouten met een microscoop.

Is galmijt een probleem?

De tulpengalmijt wordt door bollentelers nauwelijks als een probleem ervaren. Dat komt omdat dit met het oog onzichtbare beestje, uitstekend wordt bestreden met de systemische acariciden Movento® en Batavia®. Beide middelen zijn na 2025 niet meer beschikbaar. De verwachting is dat hierdoor schade door de tulpengalmijt enorm kan toenemen. Reden om actie te ondernemen. Gerbrant Schilder daarover: “Toen drie jaar geleden duidelijk werd dat de belangrijke middelen zouden verdwijnen, hebben we vrijwel direct besloten om alternatieven te onderzoeken. Vooral afgelopen jaar hebben we flink vorderingen gemaakt.”

Tulpengalmijt onderzoek 

Knelpunt in het onderzoek is dat er in tulpen maar eenmaal per jaar proeven gedaan kunnen worden. Dat zou eigenlijk vaker en sneller moeten. Gerbrant: “Omdat we bekend waren met onderzoeken van de UvA naar galmijt op knoflook, hebben we ook zelf een galmijt populatie ontwikkeld. Het mooie van die onderzoeken is dat je in vitro (in een lab omgeving) veel meer cycli per jaar kunt onderzoeken. Dit hebben we afgelopen jaar gedaan met een groot aantal verschillende middelen. Daaruit kwam een tiental met een werking naar voren, zowel groen als chemisch. Die middelen hebben we afgelopen zomer toegepast in de proeven in tulp.”

IMG_2041.jpg

*Op de foto: galmijt onder de microscoop 

Meer onderzoek naar alternatieven tulpengalmijt

Het onderzoek door Agrifirm-GMN (uitgevoerd door het Experticecentrum Bloembollenteelt) richt zich vooral op de inzet van nieuwe middelen. Gerbrant: “Daarin zijn wij gespecialiseerd. Tegelijkertijd zijn ook diverse andere partijen actief met onderzoek. Er wordt veel verwacht van ruimtebehandelingen met bijvoorbeeld stikstof en heetstook. Maar hieraan kleven ook nadelen. Het vraagt vaak om flinke aanpassingen, bijvoorbeeld in de vorm van gasdichte cellen. Ook de productie van stikstof vraagt om aanzienlijke investeringen en veiligheidsmaatregelen. En we weten ook nog onvoldoende van het effect van deze methodes op de kwaliteit van de bol. We doen daarom ook onderzoek om te beoordelen of herhaalde stikstof behandelingen veilig zijn voor de tulp en niet leiden tot bijvoorbeeld meer versplintering. Een goede coördinatie van de verschillende onderzoeken is belangrijk om van elkaar te leren en ook om overlap in onderzoek te voorkomen. De KAVB neemt die rol op zich.”

Expertisecentrum heeft voortrekkersrol

Wat betreft het middelenonderzoek heeft het Expertisecentrum Bloembollenteelt van Agrifirm-GMN een voortrekkersrol, daarbij ondersteund door fabrikanten van potentieel succesvolle middelen.

Susanne Berbee, onderzoeker bij het Expertisecentrum Bloembollenteelt, is verantwoordelijk voor de uitvoering van de tulpengalmijtproef. Ze vertelt: “Twee besmette partijen zijn na de oogst behandeld met de verschillende middelen. Vanaf behandeling is het belangrijk om superhygiënisch te werken en de bollen moeten strikt gescheiden worden bewaard om kruisbesmetting te voorkomen. Daarom is gekozen voor een constructie met netzakken. Want de galmijt mag natuurlijk niet van het ene naar het andere object ‘overlopen’. Zelfs aan de touwtjes, daar waar de objecten aan hangen, is gedacht. Die zijn behandeld met vaseline zodat verplaatsing van het ene naar het andere object ook langs die weg onmogelijk is. De bollen hangen in een cel waar geen luchtbeweging is. Uiteindelijk beoordelen we zowel de bollen als de gewasstand in de kas en op het land. Komend voorjaar verwachten we meer te weten over de effectiviteit van de toegepaste middelen.”

Meer informatie

Wilt u meer informatie over de tulpengalmijt? Neem dan contact op met uw teeltspecialist of bel ons op 088-4747000.

Meer lezen over tulpengalmijt?

4 jun. 2025

Resultaten en inzichten: proeven in galmijt beheersing

In de kas van het Expertisecentrum Bloembollenteelt stonden afgelopen maart de bolbehandelingsproeven tegen galmijt centraal. De ingezette middelen werden zorgvuldig geselecteerd op basis van meerdere jaren onderzoek op knoflook en bloembollen. Voor de proeven werd gebruikgemaakt van een biologische partij bollen die in 2023 doelbewust geïnfecteerd is. De teelt vond plaats op het Expertisecentrum Bloembollenteelt gedurende het seizoen 2023-2024. In de zomer van 2024 werden er nog twee biologische cultivars aan toegevoegd. Zo werd ingezet op maximale infectie met herhalingen in verschillende soorten.

2 mei 2026

Tulpengalmijt

28 feb. 2025

Op pad met Gerbrant Schilder: een kijkje bij de nieuwe ULO-proef

Na 2025 zijn er minder middelen beschikbaar om de tulpengalmijt te bestrijden. Een van de mogelijkheden voor de bestrijding is met Ultra Low Oxygen (ULO). Vrijwel alle zuurstof wordt met deze methode uit de bewaarcel gehaald. De actieve tulpengalmijt kan met deze techniek worden bestreden. De redactie van de Bol & Teelt loopt een dagje mee met Gerbrant Schilder en wij bezoeken samen de nieuwe ULO-proef.