Resultaten en inzichten: proeven in galmijt beheersing

04 jun. 2025

In de kas van het Expertisecentrum Bloembollenteelt stonden afgelopen maart de bolbehandelingsproeven tegen galmijt centraal. De ingezette middelen werden zorgvuldig geselecteerd op basis van meerdere jaren onderzoek op knoflook en bloembollen. Voor de proeven werd gebruikgemaakt van een biologische partij bollen die in 2023 doelbewust geïnfecteerd is. De teelt vond plaats op het Expertisecentrum Bloembollenteelt gedurende het seizoen 2023-2024. In de zomer van 2024 werden er nog twee biologische cultivars aan toegevoegd. Zo werd ingezet op maximale infectie met herhalingen in verschillende soorten.

Goede resultaten

Ondanks deze opzet waren de verschillen tussen de behandelde groepen kleiner dan gehoopt. Dit komt deels doordat er inmiddels met een selectie van middelen wordt gewerkt, waarvan bekend is dat ze effectief zijn. Met andere woorden: de basis is inmiddels dusdanig sterk, waardoor uitschieters naar boven of beneden minder vaak voorkomen. Toch viel één product duidelijk door de mand: een diatomeeënaarde* die we in oplossing hadden toegepast. In alle drie de geteste cultivars bleek dit middel onvoldoende effectief tegen galmijt. Positief waren de -opnieuw- goede resultaten met een zwavelproduct (een chemisch middel waarvoor momenteel een toelatingsaanvraag loopt); maar ook de resultaten Flipper Plus en een planten- extract waren positief. Deze middelen bevestigen in deze proeven hun potentie.

Verschillende toepassingsmethoden getest

In de proeven zijn verschillende systemen toegepast: dompelen, schuimen en vernevelen. Aangezien het om contactmiddelen gaat, is het cruciaal dat de galmijt daadwerkelijk geraakt wordt. Wordt de galmijt niet geraakt, dan is er geen bestrijding. Het zwavelproduct vormt hierop een uitzondering: dit middel heeft, bij voldoende concentratie, een duidelijke nawerking. Dat is een belangrijk pluspunt ten opzichte van de andere middelen.

Overige onderzoeken

Naast de bolbehandelingsproeven is er het afgelopen jaar veel tijd en energie gestoken in het testen van onder andere ruimtebehandelingen. Dat zijn geen makkelijke testen. Je hebt een cel nodig, volle kuubskisten met bollen, kleine en grote maten, en er moet een infectie worden aangebracht. Dat kan niet op een tulpenkwekerij, maar moet op een locatie waar geen tulpen worden bewaard.

ULO onderzoek

Ook op het gebied van ULO-onderzoek (Ultra Low Oxygen) zijn flinke stappen gezet. Deze techniek, waarbij bollen gedurende een korte periode worden blootgesteld aan een extreem laag zuurstofgehalte, biedt veelbelovende mogelijkheden in de bestrijding van galmijt. In het onderzoek richten we ons op vier hoofdvragen:

  1. Bevestiging van het bestaande regime: Is 24 uur op 1% zuurstof optimaal voor effectieve bestrijding?
  2. Eitjes beschadigen: In hoeverre kan de ULO-methode ook de eitjes van de galmijt aantasten?
  3. Effecten op plantgoed: Heeft een ULO-behandeling tijdens de bloemaanleg invloed op plantkwaliteit of broeiresultaten?
  4. Rol van ethyleen: Wat doet ethyleen tijdens een ULO-behandeling, zeker in relatie tot Fusarium?

Om tijd te winnen, worden de huidige testen uitgevoerd op bollen uit Chili. De behandelingen worden verzorgd door Besseling Group, waarbij het Expertisecentrum Bloembollenteelt nauwkeurig het stadium van de bollen controleert. Tot nu toe worden er geen negatieve effecten waargenomen, maar we willen dit eerst met zekerheid kunnen bevestigen. Wel blijkt dat ethyleen extra aandacht vraagt in partijen waar Fusarium aanwezig is. Dit is een punt waarop het komende seizoen extra ingezet gaat worden.

Praktijk zomer 2025

Tot slot is het belangrijk te benadrukken dat dit het laatste seizoen is waarin de middelen Movento en Batavia mogen worden toegepast. Tulpentelers doen er dus verstandig aan om zich nu al voor te bereiden op de periode daarna. Wij zijn hierover actief in gesprek met onze klanten en organiseren daarnaast regionale avonden waarin de maatregelen voor de komende zomer uitgebreid worden besproken. 

* Diatomeeënaarde wordt gemaakt van geplette en vermalen skeletjes van eencellige kiezelwieren en is 100% biologisch van oorsprong.